Een Europese Unie in het klein?

Het Kabinet wil minder overheid en minder bestuur. Daarom worden de z.g. WGR+-regio’s, zoals het Stadsgewest Haaglanden en de Stadsregio Rotterdam per 1 januari 2013 afgeschaft.

In Leidschendam-Voorburg is het Stadsgewest Haaglanden nooit erg populair geweest. De gemeente Den Haag heeft altijd een dominante rol gespeeld binnen dit intergemeentelijke samenwerkingsverband en erger nog: er ontbreekt een duidelijke democratische structuur binnen deze, voor veel mensen, wat schimmige bestuurslaag. Er zijn geen rechtstreekse verkiezingen maar het Algemeen bestuur wordt door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten gekozen. De leden van het Dagelijks bestuur zitten ook in het Algemeen bestuur. In feite is dat in strijd met het principe van de dualisering van het lokaal bestuur.

Toch beslist Haaglanden over belangrijke zaken, zoals openbaar vervoer, volkshuisvesting en jeugdzorg. Zaken die ons er van bewust maken dat we met meerdere gemeenten in één stad leven.

En hoe gaat dat leven verder zonder het Stadsgewest Haaglanden en de stadsregio Rotterdam?

Daar hebben Den Haag en Rotterdam het volgende op gevonden: ‘de metropoolregio Rotterdam-Haaglanden’. Niet langer een samenwerking van negen gemeenten (zoals in Haaglanden) maar een intergemeentelijke samenwerking tussen 24 gemeenten!

Bij veel partijen in Leidschendam-Voorburg kan de metropoolregio nog niet op erg veel enthousiasme rekenen. In een persbericht schrijft GroenLinks bijvoorbeeld onder meer: “Voor GroenLinks hoeft een Europese Unie in het klein niet, waarin de grote gemeenten het voor het zeggen krijgen”.

De introductie van de analogie tussen regionalisering van lokaal bestuur en de EU vind ik opmerkelijk maar tegelijkertijd begrijpelijk en ook wel interessant.

Opmerkelijk omdat GroenLinks in het groot (landelijk) wel altijd een groot pleitbezorger is van de Europese Unie in het groot waarin de grote landen het voor het zeggen hebben (vader Nicolas en Mutti Angela). Gooit men in Utrecht met de superieure glimlach van een rechtgeaard wereldburgerschap alle ramen en deuren wijd open, in Leidschendam-Voorburg vreest men voor identiteitsverlies wanneer samenwerking in de regio er toe leidt dat Den Haag en Rotterdam met de scepter zwaaien. Een Freudiaanse verschrijving? (Waar het hart van vol is loopt de mond van over) of juist niet?

Begrijpelijk omdat de analogie wel degelijk opgaat. De overeenkomsten tussen de regionalisering binnen het Stadsgewest Haaglanden en nu dus in Zuid-Holland Zuid en de samenwerking in Europa binnen de EU zijn er zeker en ze zijn niet toevallig. Op beide bestuursniveaus waren economische doelstellingen aanvankelijk het belangrijkste motief voor samenwerking. Maar economische belangen staan niet op zichzelf en gaandeweg werden steeds meer onderwerpen aan de samenwerking verbonden. In beide gevallen bleef de democratische structuur (en daarmee de democratische legitimatie) achter bij de mate waarin binnen de samenwerking bevoegdheden werden overgedragen. In Haaglanden was er alleen sprake van een getrapte vertegenwoordiging. In Europa is er wel een rechtstreeks gekozen Europees parlement, maar men heeft er zorgvuldig voor gezorgd dat dit platform de nationale vertegenwoordigingen nooit overvleugelt. Tijdens de Euro-crisis hebben we nog maar weinig van het Europese parlement gehoord. In beide samenwerkingsverbanden is de angst voor de dominerende rol van de grote deelnemers (Frankrijk en Duitsland aan de ene kant en Den Haag en Rotterdam aan de andere kant) begrijpelijk.

Tenslotte geldt voor beide samenwerkingsverbanden dat de bevolking zich maar zeer ten dele bewust is van de sluipende voortgang van het samenwerkingsproces en de bevoegdheden die daarbij worden overgedragen. Het bewustzijn beperkt zich vaak tot een diffuus gevoel van identiteitsverlies. In de regio Haaglanden resulteerde dat tien jaar geleden in een emotionele uitbarsting rond de gemeentelijke grenscorrecties en de paniekfusie tussen Leidschendam en Voorburg. In Europees verband resulteerde dit gevoel in de afwijzing van de z.g. Europese grondwet door middel van een referendum in Nederland en Frankrijk.

Deze sterke mate van overeenstemming tussen beide situaties maakt de analogie in het persbericht interessant. Opschaling van bestuur kan leiden tot identiteitsverlies. Dat geldt voor alle bestuursniveaus. SP en PVV leggen daar vooral de nadruk op wanneer het om de samenwerking binnen de EU gaat. In hun beleving heeft Nederland (te) veel te verliezen en in analogie daarmee heeft Leidschendam-Voorburg ook (te) veel te verliezen.

GroenLinks legt meer de nadruk op het economisch belang van een Europese eenheid, de kansen (voor wie dan ook) en het onvermijdelijke karakter van de opschaling. Ook dat geldt voor de regionalisering. Wanneer belangentegenstellingen niet meer worden uitgevochten maar op een hoger niveau tegen elkaar worden afgewogen is dat voor de belanghebbenden
alleen aanvaardbaar wanneer deze afweging legitiem is, dus zorgvuldig plaatsvindt met voldoende democratische controle. Daar ontbreekt het zowel aan bij regionale samenwerking (zoals Haaglanden) als binnen de EU.

Wat leert ons deze analogie nu precies?

De voorstanders van grotere bestuurlijke samenwerking hebben gelijk. Bestuurlijke opschaling is noodzakelijk, zowel op Europees als op regionaal niveau. In onze mobiele leefwereld van de 21e eeuw hebben zowel de lands- als de gemeentegrenzen nog maar beperkte betekenis en houdbaarheid. Het heeft geen zin om zich te verzetten tegen ontwikkelingen die zich reeds hebben voorgedaan. Het dorp van Bromsnor en Swiebertje is voorgoed verleden tijd. De afstand tussen Den Haag en Brussel wordt steeds kleiner.

Maar ook de sceptici ten opzichte van de EU en de metropoolregio Rotterdam-Haaglanden hebben gelijk. Opschaling van bestuur kan alleen succesvol zijn wanneer de democratische structuur wordt mee ontwikkeld. Maar daarmee zijn we er nog niet. Democratische legitimatie omvat veel meer dan alleen ‘de meerderheid beslist’.

Het is een goede zaak wanneer belangentegenstellingen niet langer worden uitgevochten tussen kleingeestige besturen maar naar een hoger, professioneler (bestuurs)niveau worden getild. Maar dat vereist wel een zorgvuldige afweging waarbij rekening wordt gehouden met (lokale) minderheden en een transparante werkwijze die de afweging ook aanvaardbaar maakt voor degenen die aan het kortste einde trekken. Alleen dan kan identiteitsverlies, lokaal of nationaal, beperkt blijven.